ECLI:NL:CRVB:2018:2573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens niet-deelname re-integratietraject ondanks psychische problemen
Appellant kreeg bijstand toegekend onder de verplichting deel te nemen aan een re-integratietraject gericht op arbeidsinschakeling. Ondanks een arbeidspsychologisch onderzoek dat lichte psychische beperkingen vaststelde, meldde appellant zich ziek op de eerste dag van het traject en nam hij niet deel. Het college legde daarop een maatregel van 100% verlaging van de bijstand op.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat ernstige psychische problemen hem verhinderden deel te nemen en dat het college een nieuw medisch onderzoek had moeten instellen. De Raad oordeelde dat de brief van de behandelend psychiater geen bewijs leverde dat appellant in de relevante periode niet kon deelnemen aan het traject. De beperkingen waren reeds bekend en het werk bestond uit lichte werkzaamheden zonder productiviteitseisen.
De Raad concludeerde dat appellant niet had voldaan aan zijn verplichtingen en dat sprake was van verwijtbaarheid. Het college handelde conform de wet- en regelgeving door de bijstand te verlagen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De maatregel verlaging bijstand met 100% wegens niet-deelname aan het re-integratietraject wordt bevestigd.