ECLI:NL:CRVB:2018:2557
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening terugvordering woonkostentoeslag WWB
Verzoekster, die sinds 1996 gescheiden leeft en invalide raakte door een incident met haar ex-echtgenoot, ontving tussen 1997 en 1999 bijzondere bijstand voor woonkosten. Na verkoop van de woning in 2010 werd een deel van de woonkostentoeslag teruggevorderd door het college van burgemeester en wethouders van Ede. Dit leidde tot een geschil waarbij de rechtbank het terugvorderingsbesluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen in stand liet.
Verzoekster vroeg vervolgens de Centrale Raad van Beroep om een voorlopige voorziening om haar dossier compleet te krijgen en het college te beletten de terugvordering te effectueren. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college de terugvordering al in 2014 had geïnd en verzoekster sindsdien bijstand ontvangt zonder inhoudingen. Bovendien zou de bodemzaak spoedig worden behandeld, zodat er geen spoedeisend belang was voor een voorlopige voorziening.
Daarom werd het verzoek afgewezen. De voorzieningenrechter zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 14 augustus 2018 door J.N.A. Bootsma, met griffier J.M.M. van Dalen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.