ECLI:NL:CRVB:2018:2502
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering na weigering WIA-uitkering
Appellant, werkzaam als medewerker in een kwekerij, staakte zijn werkzaamheden in april 2005 wegens duizeligheidsaanvallen en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde aanvankelijk de uitkering, waarna appellant bezwaar maakte en beroep instelde. De rechtbank benoemde een deskundige die concludeerde dat het UWV onvoldoende beperkingen had vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Naar aanleiding hiervan stelde het UWV een gewijzigd besluit vast waarin een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 63,92%. Appellant bleef bezwaar maken tegen de mate van beperkingen in de FML. In hoger beroep stelde de Raad een nieuwe deskundige aan, die de vastgestelde beperkingen en de geselecteerde functies voor appellant bevestigde.
De Raad oordeelde dat het gewijzigde besluit terecht is genomen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding om de conclusies van de deskundige te verwerpen en het beroep tegen het gewijzigde besluit werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering wordt bevestigd.