ECLI:NL:CRVB:2018:2482

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 augustus 2018
Publicatiedatum
9 augustus 2018
Zaaknummer
17/731 WIA-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens betalingsonmacht griffierecht

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Appellant heeft vervolgens verzet aangetekend. Tijdens de behandeling van het verzet bleek dat appellant binnen de termijn een verzoek om vrijstelling van betaling van het griffierecht had ingediend en dat hij voldeed aan de criteria voor betalingsonmacht.

De Raad ziet daarom af van het heffen van het griffierecht, verklaart het verzet gegrond, vernietigt de eerdere niet-ontvankelijkheidsverklaring en zet het onderzoek voort in de stand waarin het zich bevond. Er worden geen proceskosten aan appellant opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het hoger beroep wordt ontvankelijk verklaard zonder heffing van griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 9 augustus 2018
17/731 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2016, 15/2223 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Polen (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 31 januari 2018 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 7 juni 2018, waar partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 31 januari 2018 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken dat appellant, binnen de termijn waarin het griffierecht moest worden betaald, een verzoek om vrijstelling van betaling van het griffierecht heeft gedaan. Uit de door appellant verstrekte gegevens blijkt dat hij voldoet aan de criteria voor betalingsonmacht. De Raad ziet vooralsnog af van het heffen van griffierecht.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 31 januari 2018 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 augustus 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) N.L. Kuipers

POSTANOWIENIE

Centralna Rada Odwoławcza oświadcza, że odwołanie jest podstawne.
Niniejsze orzeczenie zostało wydane przez H.C.P. Venema, w obecności N.L. Kuipers jako sekretarza sądowego. Postanowienie zostało publicznie ogłoszone w dniu 9 augustus 2018.
(podpisano) H.C.P. Venema
(podpisano) N.L. Kuipers

RH