ECLI:NL:CRVB:2018:2469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering en terugvordering kinderbijslag wegens niet-naleving inlichtingenplicht over verblijf kind in Marokko
Appellants zoon volgde onderwijs in Marokko van 2004 tot 2009, terwijl appellant kinderbijslag ontving zonder dit tijdig te melden. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) startte een onderzoek na een telefoontje van appellants echtgenote in 2014 en weigerde vervolgens de kinderbijslag over deze periode terug te betalen. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet melden van de verhuizing.
Appellant voerde aan dat hij wel kosten maakte voor het onderhoud en verwees naar verklaringen en paspoortstempels, maar kon dit niet op eenvoudig te controleren wijze aantonen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde de boete terecht op.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de situatie zwaar was en dat hij dacht dat de leerplichtambtenaar de verhuizing zou melden. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant zijn inlichtingenplicht niet nakwam en dat er geen dringende redenen waren om af te zien van terugvordering of boete.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraken en handhaafde de weigering van kinderbijslag, de terugvordering van €4.592,73 en de boete van €230,-.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering en terugvordering van kinderbijslag en handhaaft de boete wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht.