ECLI:NL:CRVB:2018:2441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na juiste vaststelling belastbaarheid voor productiemedewerker
Appellant was laatstelijk werkzaam als medewerker facilitaire dienst en meldde zich ziek met rugklachten. Het UWV stelde vast dat appellant geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen in andere functies. Na een nieuwe ziekmelding en onderzoek door verzekeringsartsen stelde het UWV vast dat appellant geschikt was voor functies waaronder productiemedewerker industrie. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en vond de vastgestelde beperkingen en belastbaarheid juist gemotiveerd. Appellant stelde in hoger beroep dat de maatstaf arbeid niet juist was toegepast en dat zijn psychische beperkingen werden onderschat. De Raad overwoog dat de maatstaf arbeid correct was toegepast en dat de belastbaarheid juist was vastgesteld, mede gelet op meerdere medische onderzoeken en rapportages.
De Raad concludeerde dat appellant in staat is de functie van productiemedewerker industrie te verrichten en verwierp het hoger beroep. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd omdat appellant geschikt is voor de functie van productiemedewerker industrie.