ECLI:NL:CRVB:2018:2391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde hennepkwekerij
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand over de periode van 25 februari 2015 tot en met 4 juni 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Súdwest Fryslân had de bijstand ingetrokken en teruggevorderd omdat appellante niet had gemeld dat zij werkzaamheden verrichtte in het kader van een hennepkwekerij in haar woning.
Appellante erkent dat zij haar inlichtingenverplichting heeft geschonden, maar stelt dat zij geen inkomsten heeft gehad uit deze activiteiten. De Raad oordeelt echter dat het niet melden van deze op geld waardeerbare werkzaamheden voldoende grond is voor intrekking en terugvordering, temeer daar de werkzaamheden resulteerden in een schuldkwijtschelding van € 6.000,-.
Verder heeft appellante aangevoerd dat er dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien, met name de beëindiging van een wettelijke schuldsanering. De Raad verwijst naar vaste rechtspraak dat dit geen dringende reden vormt om terugvordering achterwege te laten. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland wordt daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden in een hennepkwekerij.