ECLI:NL:CRVB:2018:2375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante is sinds 21 juli 2009 arbeidsongeschikt en ontving een WIA-uitkering op basis van 100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft in 2015 na een herbeoordeling vastgesteld dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en heeft de uitkering beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep stelde appellante dat haar aandoeningen chronisch zijn en verwees zij naar een MRI-verslag uit 2015 dat volgens haar geen verbetering liet zien. Tevens bracht zij een rapport van Best Doctors in en verzocht om een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 10 augustus 2015 de beperkingen van appellante afdoende weerspiegelde.
De Raad zag geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling, ook niet naar aanleiding van het rapport van Best Doctors. De Raad vond de toelichting van de verzekeringsarts over het vervallen van beperkingen bij hand- en vingergebruik voldoende onderbouwd. De rechtbank had bovendien terecht geoordeeld dat appellante met de vastgestelde belastbaarheid in staat is de geselecteerde functies te vervullen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.