ECLI:NL:CRVB:2018:2358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wekelijkse betaling van IVA-uitkering met terugwerkende kracht
Appellante verzocht het UWV om haar IVA-uitkering op grond van de Wet WIA met terugwerkende kracht vanaf 2011 per week uit te betalen. Dit verzoek werd door het UWV afgewezen op basis van artikel 67, eerste lid, van de Wet WIA, dat een maandelijkse betaling voorschrijft.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep geen nieuwe gronden aan, maar herhaalde haar eerdere standpunten. Het UWV verzocht bevestiging van het vonnis van de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en oordeelde dat de wettelijke bepaling dwingendrechtelijk is, waardoor het UWV gehouden is de uitkering per kalendermaand te betalen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot wekelijkse betaling van de IVA-uitkering met terugwerkende kracht wordt afgewezen en de maandelijkse betaling blijft gehandhaafd.