ECLI:NL:CRVB:2018:2326
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor bril wegens voorliggende voorziening Zvw
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een bril, maar het college wees dit af omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw) een voorliggende voorziening is. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering over het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De rechtbank oordeelde dat brillen niet worden vergoed binnen de basisverzekering en dat er geen ruimte is voor bijzondere bijstand.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat brillen tot medische zorgkosten behoren, maar dat de wetgever bewust heeft gekozen deze kosten niet te vergoeden via de Zvw. Hierdoor kan het college geen bijzondere bijstand verlenen voor de eigen bijdrage van appellante.
Appellante voerde geen nieuwe gronden aan die het eerdere oordeel zouden kunnen wijzigen. Ook werd onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het college toezeggingen had gedaan of dat zij niet op de hoogte was van beleidswijzigingen. De Raad ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit te wijzigen en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor de bril wordt bevestigd.