ECLI:NL:CRVB:2018:2319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitsluiting bijstand wegens te lang verblijf in het buitenland
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en meldde een verblijf in het buitenland van 5 november tot 31 december 2013. Het college stelde dat zij maximaal vier weken per jaar met behoud van bijstand in het buitenland mocht verblijven. Omdat appellante langer dan vier weken verbleef, werd haar recht op bijstand over de periode van 4 tot en met 27 december 2013 uitgesloten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van het college tot uitsluiting van bijstand ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. Zij voerde onder meer aan dat het college haar niet had geïnformeerd over wijzigingen in de wettelijke regeling en dat zij aanspraak kon maken op een uitzondering voor ouderen.
De Raad oordeelde dat het college niet gehouden was appellante te informeren over de wijziging van de regelgeving en dat appellante niet tot de groep behoorde die aanspraak kon maken op de uitzondering voor personen van 57,5 jaar of ouder. Ook werd geoordeeld dat appellante niet recht had op vergoeding van bezwaarkosten omdat het besluit niet werd herroepen.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitsluiting van bijstand wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland wordt bevestigd.