ECLI:NL:CRVB:2018:2264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant werd door het CAK schriftelijk aangemaand om binnen drie maanden een zorgverzekering af te sluiten. Na het niet voldoen aan deze verplichting legde het CAK een boete op en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant het griffierecht niet tijdig had betaald.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank vooringenomen was, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan. De griffierechtnota werd op 8 april 2015 verzonden, met een betalingstermijn van vier weken. Appellant betaalde pas op 5 oktober 2015, ruim na de termijn en na een herinnering van 7 mei 2015.
De Raad stelde vast dat geen omstandigheden waren die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom bevestigde de Raad de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De inhoudelijke gronden van appellant werden niet behandeld omdat het beroep niet ontvankelijk was. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.