ECLI:NL:CRVB:2018:2239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag wegens niet in aanmerking nemen beroepskosten
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag op grond van de Participatiewet, welke door het college van burgemeester en wethouders van Maastricht is afgewezen. De afwijzing berustte op het feit dat haar inkomsten zonder aftrek van beroepskosten hoger waren dan de bijstandsnorm. Appellante voerde aan dat eerdere toekenningen van langdurigheidstoeslag waarbij beroepskosten werden meegenomen, haar een gerechtvaardigd vertrouwen gaven dat dit ook nu zou gelden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat het college terecht geen rekening hield met verwervingskosten, conform vaste rechtspraak, en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat het college haar standpunt al eerder had gewijzigd en appellante hiertegen geen bezwaar had gemaakt.
Daarnaast werd het beroep op de hardheidsclausule verworpen omdat er geen sprake was van een langdurig laag inkomen of een marginale overschrijding van de bijstandsnorm. Het hoger beroep werd derhalve afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag individuele inkomenstoeslag bevestigd.