ECLI:NL:CRVB:2018:2199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering brutobedrag Wajong-uitkering na fiscale afsluiting
Appellant ontving een Wajong-uitkering die later deels onterecht bleek te zijn toegekend. Het UWV besloot het te veel betaalde bedrag over de periode van 16 september 2014 tot en met 31 oktober 2014 terug te vorderen. Appellant voerde aan dat de vordering onvoldoende was onderbouwd en dat slechts het nettobedrag teruggevorderd mocht worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het bruto bedrag terecht was teruggevorderd omdat het tijdvak fiscaal was afgesloten.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat appellant het bedrag daadwerkelijk had ontvangen en dat de terugvordering van het bruto bedrag conform vaste rechtspraak van de Raad was, aangezien de betaling na het fiscale jaar had plaatsgevonden. Appellant had de mogelijkheid om loonheffing terug te vragen bij de Belastingdienst.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht het bruto bedrag van de te veel betaalde Wajong-uitkering heeft teruggevorderd.