ECLI:NL:CRVB:2018:2183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling pgb op nihil en terugvordering wegens ontbreken verantwoording AWBZ-zorg
Appellant had voor het jaar 2014 een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangen dat door het Zorgkantoor op nihil werd vastgesteld en teruggevorderd wegens het ontbreken van zorgovereenkomsten, zorgplannen, urenbriefjes, declaraties en betalingsbewijzen. Appellant stelde dat hij vanwege psychische problemen niet in staat was de administratie te voeren en overlegde later alsnog documenten en medische verklaringen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond omdat de overgelegde stukken niet voldeden aan de administratieve verplichtingen en onvoldoende onderbouwing boden voor de gestelde onmacht. De Centrale Raad van Beroep deelt dit oordeel en benadrukt dat de administratieve documenten geen aanknopingspunten bieden voor een verantwoord bedrag. Ook is onvoldoende gebleken dat de zorg daadwerkelijk is verleend conform AWBZ.
De Raad oordeelt dat het Zorgkantoor terecht het pgb op nihil heeft vastgesteld en de terugvordering heeft ingezet. Er zijn geen omstandigheden die het Zorgkantoor belemmeren in zijn bevoegdheid tot terugvordering. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het pgb voor 2014 wordt terecht op nihil vastgesteld met terugvordering van onverschuldigde betalingen.