ECLI:NL:CRVB:2018:212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigd
Appellante, voormalig medewerkster linnenkamer, ontving een WGA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 100%. Na een herbeoordeling op verzoek van de werkgever concludeerde de verzekeringsarts dat haar beperkingen onveranderd waren en dat haar belastbaarheid voldoende was om bepaalde functies te verrichten. Het Uwv beëindigde daarop de uitkering per 4 april 2016.
Appellante voerde bezwaar aan tegen de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en stelde dat haar beperkingen zwaarder waren dan vastgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep voerde aanvullend onderzoek uit, vroeg informatie op bij huisarts en oogarts en concludeerde dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank. De Raad onderschreef de zorgvuldigheid van het medisch en arbeidskundig onderzoek en vond geen aanleiding om te twijfelen aan de vastgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Ook de arbeidskundige beoordeling dat de functies binnen de belastbaarheid van appellante vielen, werd bevestigd. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de beëindiging van de WGA-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering na zorgvuldig onderzoek.