Uitspraak
16.3411 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
uitspraak en bepaalt dat beroep tegen dit besluit slechts bij de Raad kan worden ingesteld;
in totaal € 169,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig chauffeur, kreeg een WGA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 38,15%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zijn nek- en schouderklachten onvoldoende waren meegenomen en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) niet juist was toegepast.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing had geleverd om de beperkingen te herzien. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en voerde aan dat de klachten erger waren geworden en dat de FML op bepaalde punten, zoals het reiken, aangescherpt moest worden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank over de medische situatie, maar oordeelde dat het UWV een ontoelaatbare relativering had gemaakt bij de arbeidskundige beoordeling van het reiken. Het aantal reiken in één functie was substantieel hoger dan de belastbaarheid in de FML, waardoor slechts twee functies overbleven. Dit was onvoldoende om de arbeidsongeschiktheidsschatting te baseren, waardoor het besluit ondeugdelijk was en vernietigd moest worden.
De Raad bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak, en dat beroep tegen deze nieuwe beslissing alleen bij de Raad kan worden ingesteld. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens een ondeugdelijke grondslag en het UWV moet een nieuwe beslissing op bezwaar nemen.