ECLI:NL:CRVB:2018:2086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen contante inkomsten ouders
Appellant ontving sinds 2008 bijstand op grond van de Participatiewet. In het kader van een heronderzoek heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de bijstand ingetrokken en de kosten teruggevorderd over de periode van 1 oktober 2014 tot en met 31 december 2015, omdat appellant inkomsten uit contante bijdragen van zijn ouders niet had gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij maandelijks contante bedragen van zijn ouders ontving, wat werd ondersteund door een verklaring van zijn moeder. Desondanks heeft appellant de omvang van deze inkomsten niet inzichtelijk kunnen maken met objectieve en verifieerbare gegevens.
De Raad oordeelde dat het niet melden van deze inkomsten een schending van de inlichtingenverplichting vormt en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht had op bijstand over de betreffende periode. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering worden bevestigd omdat appellant de omvang van verzwegen contante inkomsten niet inzichtelijk heeft gemaakt.