ECLI:NL:CRVB:2018:2073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluiten over arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor functies WIA-uitkering
Appellante heeft zich ziek gemeld met lichamelijke en psychische klachten en een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard door het UWV en vervolgens door de rechtbank.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar beperkingen en medicatiegebruik zwaarder wegen dan door het UWV is aangenomen en dat de geselecteerde functies niet geschikt voor haar zijn. De Centrale Raad van Beroep heeft het medisch onderzoek, de vastgestelde belastbaarheid en de geschiktheid voor de functies bevestigd. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht en dat de beperkingen niet zijn onderschat.
De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraken en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door R.E. Bakker, in aanwezigheid van griffier B. Dogan, op 4 juli 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geen recht heeft op een WIA-uitkering.