ECLI:NL:CRVB:2018:206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- M. ter Brugge
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden appellant en ontbreken vertegenwoordiging
Deze uitspraak betreft het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland inzake een socialezekerheidszaak. Appellant is op 25 december 2016 overleden, waarna zijn advocaat zich als gemachtigde heeft teruggetrokken. De Raad heeft geprobeerd contact te leggen met de erfgenamen, maar ondanks meerdere oproepen en een mededeling in de Staatscourant heeft niemand zich gemeld om het geding voort te zetten.
Tijdens de zitting van 5 september 2017 verscheen niemand namens appellant, terwijl de Sociale verzekeringsbank zich wel liet vertegenwoordigen. Gezien het ontbreken van een rechtsverkrijgende partij die het hoger beroep voortzet, is het processuele belang komen te vervallen.
De Centrale Raad van Beroep heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer onder voorzitterschap van O.L.H.W.I. Korte op 9 januari 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van appellant en het ontbreken van rechtsverkrijgenden die het geding voortzetten.