ECLI:NL:CRVB:2018:202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstand op grond van ontvangen Belgische kinderbijslag voor meerderjarige kinderen
Appellante ontvangt sinds 2008 bijstand op grond van de WWB en kreeg met terugwerkende kracht Belgische kinderbijslag toegekend voor haar twee kinderen die sinds 2012 en 2013 meerderjarig zijn. Het college had de bijstand herzien en te veel ontvangen bedragen teruggevorderd omdat de kinderbijslag als inkomen werd aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar in hoger beroep stelt de Raad dat de Belgische kinderbijslag voor meerderjarige kinderen niet als middel in de zin van artikel 31 WWB Pro mag worden beschouwd. Dit omdat deze kinderbijslag niet valt onder de Algemene Kinderbijslagwet en bedoeld is voor het levensonderhoud van niet in de bijstand begrepen personen.
De Raad vernietigt daarom het besluit van het college voor zover het de herziening en terugvordering betreft over de maanden waarin de kinderbijslag werd ontvangen voor meerderjarige kinderen. Het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met een correcte berekening, waarbij de kinderbijslag in de maand van de achttiende verjaardag naar rato wordt toegerekend.
Daarnaast veroordeelt de Raad het college in de kosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. Tegen de nieuwe beslissing kan alleen bij de Raad beroep worden ingesteld.
Uitkomst: De herziening van de bijstand op grond van ontvangen Belgische kinderbijslag voor meerderjarige kinderen wordt vernietigd en het college moet een nieuwe berekening maken.