ECLI:NL:CRVB:2018:2000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam gaf aan de bezwaren van appellante geheel te willen honoreren en nam een gewijzigde beslissing op bezwaar. Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het college te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het college reeds kosten had vergoed in de bezwaarfase en beoordeelde daarom alleen de kosten die in beroep en hoger beroep waren gemaakt. Op grond van de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht werd het college veroordeeld tot vergoeding van een bedrag van € 1.503,-.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter W.F. Claessens en griffier N.L. Kuipers op 3 juli 2018. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten vanwege de intrekking van het hoger beroep.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 1.503,- aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.