ECLI:NL:CRVB:2018:1987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag bijstand wegens niet tijdig aanleveren stukken
Appellante vroeg op 4 oktober 2016 bijstand aan en gaf daarbij een adres op. Het college stuurde brieven naar dit adres en later naar het nieuwe adres waar appellante sinds 13 oktober 2016 stond ingeschreven, met het verzoek om aanvullende documenten. Appellante leverde deze niet tijdig aan, waarop het college de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij haar adreswijziging tijdig schriftelijk had doorgegeven en dat de brieven haar niet hadden bereikt. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij feitelijk op een ander adres verbleef en de brieven daarom niet had ontvangen, en dat zij door de buiten behandeling stelling in haar belangen was geschaad.
De Raad oordeelt dat de gronden van appellante een herhaling zijn van eerdere standpunten die door de rechtbank gemotiveerd zijn weerlegd. De Raad bevestigt dat appellante kennis had kunnen nemen van de brieven en dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld. Ook een latere aanvraag van appellante werd buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van stukken.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde stukken.