ECLI:NL:CRVB:2018:1885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling loongerelateerde WGA-uitkering met medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellante was administratief medewerkster en ontving sinds 2010 een WW-uitkering. Na ziekmelding in 2012 wegens fysieke en psychische klachten, stelde het UWV in 2014 een loongerelateerde WGA-uitkering vast met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 44%.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond, stellende dat de medische beperkingen en de geschiktheid van de voorgehouden functies voldoende waren gemotiveerd door de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat de functies niet medisch geschikt waren. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten een deugdelijke grondslag boden en dat de voorgehouden functies passend waren, mede gelet op de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de loongerelateerde WGA-uitkering van appellante juist is vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.