ECLI:NL:CRVB:2018:1841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens voldoende verdiencapaciteit na eerste ziektejaar
Appellante, voormalig helpende plus bij de gemeente Rotterdam, meldde zich ziek en ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Het UWV stelde haar in aanmerking voor ziekengeld op basis van een eerstejaars Ziektewet-beoordeling. Een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat zij met beperkingen nog 97,54% van haar maatmaninkomen kon verdienen via geselecteerde functies, waarop het UWV het recht op ziekengeld introk.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zij niet in staat was de geselecteerde functies te vervullen vanwege overschrijding van haar belastbaarheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de medische situatie voldoende in kaart was gebracht en dat de geselecteerde functies medisch passend waren.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep motiveerde overtuigend dat de functies de belastbaarheid van appellante niet te boven gingen. Er waren geen nieuwe gegevens die aanleiding gaven tot een ander oordeel. De Raad concludeert dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om het recht op ziekengeld te beëindigen wordt bevestigd.