ECLI:NL:CRVB:2018:179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
WIA-uitkering terecht geweigerd na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 11 september 2014 waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 29 september 2014 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna appellant in eerste aanleg en vervolgens in hoger beroep het besluit aanvocht.
De rechtbank Limburg oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant geen medische gegevens had aangeleverd die twijfel konden zaaien over de vastgestelde belastbaarheid. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) was aangepast en vormde een juiste basis om te concluderen dat appellant de geselecteerde functies kon vervullen.
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe feiten of medische gegevens ingebracht die het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep konden ondermijnen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en stelde vast dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende inzichtelijk en toereikend waren gemotiveerd. De resterende functies waren geschikt voor appellant en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.