Uitspraak
16.2536 WWAJ
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft op 20 december 2013 een Wajong-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze op 14 februari 2014 geweigerd omdat hij naar oordeel meer dan 75% van het maatmaninkomen kan verdienen. Deze beslissing werd ondersteund door rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant niet werden onderschat. Ook de aanvullende informatie van behandelaars veranderde dit oordeel niet.
In hoger beroep heeft appellant nieuwe informatie ingebracht, waaronder een brief van een psycholoog/psychotherapeut, maar de Raad volgde het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat deze informatie de eerdere beoordeling niet verandert.
De Raad concludeert dat appellant in staat is de voor hem geselecteerde functies te vervullen, ondanks zijn beperkingen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.