ECLI:NL:CRVB:2018:1735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens te laat betaald griffierecht in ziekengeldzaak
Appellante had beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarbij haar recht op ziekengeld werd beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet tijdig was betaald en appellante in verzuim was.
In hoger beroep verzocht appellante op grond van de hardheidsclausule om inhoudelijke behandeling van het beroep vanwege een zwaarwegend belang. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het te late betalen van het griffierecht niet werd bestreden en dat de inhoudelijke gronden van het geschil geen verontschuldiging vormen voor het verzuim.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling van griffierecht wordt bevestigd.