ECLI:NL:CRVB:2018:1722
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdig ingediend beroepschrift tegen besluit WWB
Appellante heeft verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar beroepschrift tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen. De Raad had het beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift na de uiterste termijn was ingediend.
De gemachtigde van appellante voerde aan dat een eerdere brief van 7 april 2017 als tijdige indiening moest gelden en dat de procedure feitelijk doorliep vanwege een eerdere uitspraak van de Raad. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden niet leiden tot het verwerpen van het verzuim en dat de beroepstermijn een fatale termijn is.
Verzet werd behandeld op 1 mei 2018, waarbij appellante werd vertegenwoordigd en verweerder niet verscheen. De Raad concludeerde dat het verzet ongegrond is omdat geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen.
De Raad wees ook het verzoek af om inhoudelijk op de zaak in te gaan, omdat de procedure met de eerdere uitspraak was afgesloten. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 12 juni 2018 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift.