ECLI:NL:CRVB:2018:1712
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor huur- en inrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant, die sinds 2009 bijstand ontving, vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten in verband met een verhuizing in september 2015. Het college wees deze aanvraag af omdat deze kosten als algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan worden beschouwd en uit het eigen inkomen betaald moeten worden. Er waren geen bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat deze kosten via bijzondere bijstand worden gedekt.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de verhuizing onverwacht en noodzakelijk was en dat hij vanwege schulden niet had kunnen reserveren. De Raad oordeelde dat de verhuizing niet onverwacht was, aangezien appellant al sinds 2009 op het adres woonde en sinds 2012 als woningzoekende stond ingeschreven. Ook het argument van problematische schulden werd verworpen op grond van vaste rechtspraak, die stelt dat schulden geen bijzondere omstandigheid vormen voor bijzondere bijstand.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden en het kunnen reserveren door appellant.