ECLI:NL:CRVB:2018:168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel onvoldoende gemotiveerd UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid na deskundigenonderzoek
Appellant, werkzaam als chauffeur en zelfstandige, meldde zich ziek wegens vermoeidheidsklachten en liep later een nekwervelbreuk op. Het UWV stelde in 2013 vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel in 2015.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij meer beperkingen had dan het UWV aannam, onderbouwd met medische rapporten waaronder van verzekeringsarts Hollander. De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke deskundige, verzekeringsarts Knepper, die een uitgebreid medisch onderzoek uitvoerde en concludeerde dat appellant geen CVS had maar wel ADHD, nekklachten en mogelijk depressiviteit, met specifieke beperkingen zoals geen beroepsmatig autorijden en geen werk onder hoge tijdsdruk.
De Raad oordeelde dat het rapport van Knepper overtuigend en zorgvuldig was en dat het UWV het besluit onvoldoende had gemotiveerd, met name door niet alle beperkingen uit het deskundigenrapport over te nemen. Daarom is het bestreden besluit in strijd met het motiveringsbeginsel (art. 7:12 Awb Pro). De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het gebrek te herstellen door de beperkingen conform het rapport van Knepper in de Functionele Mogelijkhedenlijst op te nemen en de gevolgen voor de arbeidsongeschiktheidsberekening te herzien.
Uitkomst: Het UWV-besluit is onvoldoende gemotiveerd en moet binnen zes weken worden hersteld met inachtneming van het deskundigenrapport.