ECLI:NL:CRVB:2018:1672

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 juni 2018
Publicatiedatum
7 juni 2018
Zaaknummer
17/7794 WSF
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:118 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep in bestuursrechtelijke zaak

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Kort na het instellen van het hoger beroep heeft de appellant dit beroep ingetrokken. Betrokkene heeft vervolgens verzocht om een proceskostenveroordeling tegen appellant.

De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat de rechtbank reeds een veroordeling in bezwaarkosten en proceskosten in eerste aanleg had uitgesproken. De Raad moest daarom alleen de in hoger beroep gemaakte kosten beoordelen. Hierbij oordeelde de Raad dat de kosten voor het indienen van het verweerschrift van 7 februari niet vergoed kunnen worden, omdat dit verweerschrift prematuur en onverplicht was ingediend, namelijk vóórdat appellant beroepsgronden had aangevoerd.

Op grond hiervan wees de Raad het verzoek tot proceskostenveroordeling af en bevestigde daarmee dat geen vergoeding wordt toegekend voor het prematuur ingediende verweerschrift. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Brand op 6 juni 2018.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het verweerschrift prematuur en onverplicht was.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 juni 2018
17/7794 WSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van
27 oktober 2017, 16/3359 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (appellant)
[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 8 februari 2018 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. N.M. Fakiri, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft een verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Aangezien de rechtbank al een veroordeling in de bezwaarkosten en de proceskosten in eerste aanleg heeft uitgesproken, staan voor de Raad nog slechts ter beoordeling de in hoger beroep gemaakte kosten.
Met appellant is de Raad van oordeel dat de kosten die betrokkene heeft moeten maken voor het indienen van het verweerschrift van 7 februari niet kunnen worden vergoed. Nu dit verweerschrift is ingediend voordat appellant beroepsgronden heeft aangevoerd, is er sprake van een prematuur en onverplicht verweerschrift. Hiervoor wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2018.
(getekend) J. Brand
(getekend) N.L. Kuipers

KS