ECLI:NL:CRVB:2018:1633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen aanvraag gezinsbijstand wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellanten, een gehuwd stel met drie kinderen, dienden op 23 april 2015 een aanvraag in voor gezinsbijstand op grond van de Participatiewet. De gemeente Rotterdam stelde aanvullende gegevens op, waaronder beëindigingsovereenkomst, UWV-besluiten en bankafschriften, op te leveren. Ondanks twee hersteltermijnen werden deze niet volledig binnen de gestelde termijnen aangeleverd.
Het college stelde de aanvraag op 1 juni 2015 buiten behandeling en vorderde een voorschot bijstand terug. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat het college onvoldoende had gedaan om de gevraagde informatie te verkrijgen en dat het college niet in redelijkheid gebruik had kunnen maken van de bevoegdheid tot buitenbehandelingstelling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren en appellanten redelijkerwijs over deze gegevens konden beschikken. Het college had hen twee hersteltermijnen gegeven en duidelijk gecommuniceerd welke stukken wanneer moesten worden ingediend. Het college handelde binnen de wettelijke kaders en maakte redelijk gebruik van zijn bevoegdheid. Het feit dat een latere aanvraag wel werd gehonoreerd, deed hieraan niet af.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag gezinsbijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens, en het terugvorderen van het voorschot wordt bevestigd.