ECLI:NL:CRVB:2018:1578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant was werkzaam als keukenhulp en meldde zich ziek met knieklachten. Het dienstverband eindigde in november 2014. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts vast dat appellant vanaf 19 november 2015 geschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid en beëindigde het recht op ziekengeld. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij diverse medische rapporten en onderzoeken werden betrokken. Zowel lichamelijke als psychische klachten werden onderzocht en de conclusies van de verzekeringsartsen waren inzichtelijk onderbouwd. De rechtbank zag geen aanleiding voor verdere beperkingen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn klachten, maar leverde geen nieuwe medische stukken aan. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motivering van het UWV en de rechtbank en concludeerde dat het besluit van het UWV begrijpelijk en voldoende gemotiveerd is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat appellant vanaf 19 november 2015 geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.