ECLI:NL:CRVB:2018:1572
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening toekenning uitkering burger-oorlogsslachtoffers op grond van Wubo
Appellant heeft sinds 1997 meerdere verzoeken ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Alle aanvragen en herzieningsverzoeken zijn afgewezen omdat er geen bevestiging is verkregen dat appellant persoonlijk direct betrokken was bij ongeregeldheden tijdens de Bersiapperiode in Bandoeng.
In 2016 deed appellant opnieuw een verzoek met aanvullende informatie over beschietingen waarbij hij onder een auto zou hebben geschuild en een verwonding opliep. Dit verzoek werd afgewezen omdat het geen nieuwe relevante feiten bevatte die tot herziening konden leiden.
Appellant voerde een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, verwijzend naar zijn broers die wel aanspraken hebben op grond van de Wubo. De Raad oordeelde dat het beleid ten aanzien van erkenning van verblijf in opvangkampen sinds 1997 is gewijzigd, waardoor appellant in een andere situatie verkeert dan zijn broers en dit beroep niet slaagt.
De Raad concludeert dat het besluit van verweerder om niet tot herziening over te gaan standhoudt en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek op grond van de Wubo wordt ongegrond verklaard.