ECLI:NL:CRVB:2018:1521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging arbeidsongeschiktheid op 79,53% in WIA-uitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een beslissing van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 79,53%, hoger dan de eerdere 39,98%. Hij stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en zijn beperkingen waren onderschat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij informatie van diverse medisch specialisten was betrokken. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) die door de verzekeringsarts was opgesteld, onderschatte de beperkingen niet. Appellant zou in staat zijn om bepaalde functies te vervullen.
In hoger beroep heeft appellant opnieuw aangevoerd dat zijn beperkingen onderschat zijn, mede verwijzend naar een latere toekenning van een IVA-uitkering per 1 september 2016. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het eerdere medisch onderzoek en de conclusies daarvan juist en zorgvuldig zijn. De latere toekenning van de IVA-uitkering is niet relevant voor de situatie rond februari 2015, omdat de verslechtering pas daarna is opgetreden.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de wijziging van de arbeidsongeschiktheid op 79,53% en wijst het beroep van appellant af.