ECLI:NL:CRVB:2018:1461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-aanvraag wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante diende op 21 juli 2014 een aanvraag in op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong 2010). Na medisch onderzoek en arbeidsdeskundig advies oordeelde het UWV dat zij ten minste 75% van het minimumloon kon verdienen, waarop de aanvraag werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij haar stelling dat haar rugklachten ernstiger zijn dan vastgesteld niet met medische stukken ondersteunde.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen door rugklachten zijn onderschat en verwees naar een recente MRI-scan, maar zij heeft deze informatie niet overgelegd. De Raad concludeert dat de verzekeringsartsen de beperkingen adequaat hebben vastgesteld en dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn.
Daarmee slaagt het hoger beroep niet en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-aanvraag bevestigd.