ECLI:NL:CRVB:2018:143
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en proceskostenveroordeling
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 15 september 2017 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het geheel aan de bezwaren van appellante tegemoetkwam. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten en het griffierecht.
De Centrale Raad van Beroep liet het onderzoek ter zitting achterwege en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep.
De proceskosten werden begroot op in totaal €1.503,-, verdeeld over drie fasen van het proces. Voor het griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak werd gedaan door B.M. van Dun, in aanwezigheid van griffier N.L. Kuipers, op 17 januari 2018.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.503,- aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.