Uitspraak
16.7110 ZW
mr. W. de Rooy-Bal.
OVERWEGINGEN
12 februari 2014 heeft hij zich ziek gemeld met psychische klachten. Het Uwv heeft appellant in aanmerking gebracht voor ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW).
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als medewerker technische dienst, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaarsbeoordeling stelde het UWV vast dat appellant met beperkingen nog 76,67% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer ADD-gerelateerde beperkingen en een urenbeperking aan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de beperkingen en geschikte functies voldoende hadden gemotiveerd en dat medische informatie geen aanleiding gaf tot twijfel. In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten en overhandigde een brief van een psychiater, maar het UWV bevestigde haar standpunt met een aanvullend rapport.
De Raad oordeelde dat de medische onderbouwing van het UWV juist was, dat concentratieproblemen en beperkingen in samenwerken niet waren vastgesteld, en dat een urenbeperking niet noodzakelijk was. De Raad onderschreef de rechtbank in haar oordeel dat de geselecteerde functies passend zijn en concludeerde dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt beëindigd per 25 april 2015.