ECLI:NL:CRVB:2018:1417
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Rechtbank onbevoegd bij beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek om informatie
Appellant, met de Bulgaarse nationaliteit, ontving bijstand van het college van burgemeester en wethouders van Groningen met ingang van 24 november 2014. Het college meldde deze bijstand aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde bij beschikking vast dat appellant nooit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan had gehad.
Appellant verzocht het college om een nadere toelichting op de melding aan de IND, maar ontving geen reactie. Vervolgens stelde appellant beroep in tegen het uitblijven van een besluit op zijn verzoek. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzoek van appellant een verzoek om informatie betreft en geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. Het niet tijdig beslissen op een dergelijk verzoek kan niet worden gelijkgesteld met een besluit. Daarom was de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het uitblijven van een beslissing. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd en de rechtbank wordt onbevoegd verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wordt onbevoegd verklaard en de aangevallen uitspraak wordt vernietigd.