ECLI:NL:CRVB:2018:14
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs herkomst kasstortingen
Appellante diende een aanvraag om bijstand in, die door het college werd afgewezen wegens het niet kunnen aantonen van de herkomst van kasstortingen op haar bankrekening en onvoldoende bewijs over haar levensonderhoud in de relevante periode.
De casemanager vroeg om concrete, verifieerbare bewijsstukken, maar appellante kon enkel verklaren dat zij geld van haar ex-vriend had opgenomen en gestort, zonder onderbouwing met bankafschriften. De rechtbank wees het beroep af en ook in hoger beroep kon appellante niet voldoen aan haar inlichtingenplicht.
De Raad overwoog dat het aan appellante was om controleerbare informatie te leveren over de stortingen en haar levensonderhoud. Haar onvermogen om de ex-vriend te traceren en bewijs te leveren kwam voor haar eigen risico. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens het ontbreken van controleerbaar bewijs over de herkomst van kasstortingen en het levensonderhoud.