Uitspraak
16.2707 WWB, 17/3221 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt aangevallen uitspraak 1 voor zover aangevochten;
- bevestigt aangevallen uitspraak 2;
- wijst de verzoeken om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB, verstrekt als geldlening in afwachting van een definitieve beslissing. Het college heeft de bijstand opgeschort en later ingetrokken omdat appellante niet binnen de gestelde termijn bankafschriften en andere gevraagde documenten overlegde.
Appellante voerde aan dat zij niet over de gevraagde gegevens beschikte en dat haar fysieke en psychische toestand haar verhinderden aan het verzoek te voldoen. Deze bezwaren werden verworpen omdat zij wel over de bankafschriften had kunnen beschikken en geen concrete onderbouwing was geleverd voor haar onvermogen. Tevens werd geoordeeld dat het college bevoegd was tot intrekking op grond van artikel 54 WWB Pro.
Daarnaast werd de ingangsdatum van nieuwe bijstand op grond van de Participatiewet vastgesteld op de datum van aanvraag, omdat appellante geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die rechtvaardigen dat de bijstand met terugwerkende kracht wordt toegekend.
De Centrale Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam en wees de verzoeken om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling van het college in proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van bijstand wegens niet-overleggen van bankafschriften en de vastgestelde ingangsdatum van nieuwe bijstand worden bevestigd; verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen.