ECLI:NL:CRVB:2018:1332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij stopzetting ANW-uitkering
Appellante ontvangt sinds 1 juli 1996 een ANW-uitkering. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft bij besluit van 1 februari 2016 de uitkering met terugwerkende kracht per 1 mei 2009 stopgezet, omdat appellante sinds 28 april 2009 samenwoonde. Tevens vorderde de Svb het teveel ontvangen bedrag terug en legde een boete op wegens het niet tijdig doorgeven van de wijziging in woonsituatie.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden. In hoger beroep herhaalde appellante dat zij tijdig telefonisch contact had gehad met de Svb en dat het besluit onduidelijk was, waardoor zij niet begreep dat bezwaar noodzakelijk was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante geen bewijs heeft geleverd van het vermeende telefonische contact en dat het intrekkingsbesluit voldoende duidelijk was, inclusief een correcte bezwaarclausule. De overschrijding van de termijn is daarmee niet verschoonbaar. Tevens staat vast dat appellante ten onrechte een uitkering heeft ontvangen en dat terugvordering terecht is. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit van de ANW-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.