ECLI:NL:CRVB:2018:1330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante viel in september 2010 uit wegens psychische klachten en kreeg in 2012 een WIA-uitkering toegekend met 100% arbeidsongeschiktheid. In 2014 vond een herbeoordeling plaats waarbij het UWV vaststelde dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht meer had op een WIA-uitkering vanaf maart 2015.
Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing en voerde aan dat haar PTSS-diagnose van psycholoog Pijnappels uit 2015 een medische onderbouwing gaf voor het ontbreken van benutbare mogelijkheden en een urenbeperking. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat het UWV de belastbaarheid juist had ingeschat. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had toegelicht waarom geen sprake was van geen benutbare mogelijkheden.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad vond dat de beschikbare medische gegevens, waaronder het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, voldoende waren en dat de diagnose PTSS niet leidde tot een situatie zonder benutbare mogelijkheden. Ook was er geen reden om een deskundige in te schakelen.
De Raad concludeerde dat de geselecteerde functies passend waren en dat de urenbeperking niet gerechtvaardigd was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellante geen recht meer heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.