ECLI:NL:CRVB:2018:1301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk na geheel tegemoetkomen UWV in ziekengeldzaak
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van het UWV dat haar vanaf 5 maart 2015 geen recht op ziekengeld toekende. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Na deskundigenrapporten heeft het UWV een nader besluit genomen waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en appellante recht kreeg op de Ziektewet-uitkering vanaf 5 maart 2015.
Hierdoor was het geschil feitelijk opgelost en had appellante geen belang meer bij het hoger beroep. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, alsmede het betaalde griffierecht.
De procedure werd gesloten zonder nader onderzoek ter zitting, mede op basis van een deskundigenrapport van psychiaters. De uitspraak bevestigt dat een hoger beroep niet ontvankelijk kan worden verklaard als het bestuursorgaan geheel tegemoetkomt aan de bezwaren, waardoor het geschil komt te vervallen.
De Raad benadrukte het belang van procesbelang en de toepassing van artikel 6:19 Awb Pro. De veroordeling in proceskosten en griffierecht volgt uit de volledige toewijzing van de vordering van appellante door het UWV in het nadere besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.