ECLI:NL:CRVB:2018:1209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op Ziektewet-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, laatstelijk werkzaam als verkeersregelaar, meldde zich ziek met voetklachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant niet zijn eigen werk kon verrichten, maar wel geschikt was voor andere functies waarmee hij meer dan 65% van zijn maatmanloon kon verdienen. Op basis hiervan werd het recht op ziekengeld beëindigd.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep stelde appellant dat zijn voetklachten ernstig waren en dat het UWV onvoldoende informatie had opgevraagd bij zijn behandelaars. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend waren.
De Raad volgde het standpunt van het UWV dat appellant op 2 april 2016 geen recht meer had op ziekengeld, omdat hij in staat was meer dan 65% van zijn maatmanloon te verdienen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op Ziektewet-uitkering per 2 april 2016.