ECLI:NL:CRVB:2018:1163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.T. van den Corput
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loopbaanpremie aan herplaatsingskandidaat in substantieel bezwarende functie
Betrokkene was werkzaam in een substantieel bezwarende (SB) functie bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid en had de status van herplaatsingskandidaat tussen 22 november 2004 en 1 juli 2005, waarin hij feitelijk in een SB-functie bleef werken. Hij vroeg een loopbaanpremie aan op basis van de Tijdelijke regeling overstap naar een niet substantieel bezwarende functie.
De Minister kende aanvankelijk een loopbaanpremie toe van 80%, maar weigerde de bonus van 50%. Na bezwaar werd de bonus alsnog toegekend, wat leidde tot een totale premie van 130%. De rechtbank vernietigde dit besluit en kende een loopbaanpremie van 150% toe, omdat de periode als herplaatsingskandidaat niet als onderbreking van de diensttijd in een SB-functie moest worden gezien.
De Minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat alleen de formele aanstelling telt en dat de periode als herplaatsingskandidaat geen diensttijd in een SB-functie oplevert. De Raad oordeelde echter dat de regeling een redelijke uitleg vereist waarbij de feitelijke situatie bepalend is. De periode als herplaatsingskandidaat wordt niet als onderbreking beschouwd, passend bij het doel van de regeling om uitstroom uit SB-functies te stimuleren.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de Minister in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Minister wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.