ECLI:NL:CRVB:2018:1152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, voormalig administratief medewerkster, meldde zich ziek met fibromyalgie, schildklierproblemen en granulopenie. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat zij per 14 september 2015 geschikt was voor haar eigen werk en beëindigde haar Ziektewet-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische rapportages zorgvuldig en volledig waren en er geen aanwijzingen waren dat appellante meer beperkt was dan aangenomen.
In hoger beroep stelde appellante dat haar aandoeningen onvoldoende waren meegewogen en dat het medisch onderzoek gebrekkig was. Zij bracht aanvullende medische stukken en een gedetailleerde beschrijving van haar werkzaamheden in. De Raad oordeelde dat het UWV een juiste inschatting had gemaakt van de belasting van het werk en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht. De klachten van appellante waren niet objectief gekoppeld aan een zodanige beperking dat zij haar werk niet kon verrichten.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding om te oordelen dat appellante meer beperkt was dan het UWV aannam. De ZW-uitkering werd terecht beëindigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellante is terecht per 14 september 2015 beëindigd.