ECLI:NL:CRVB:2018:1087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verplichting meewerken aan psychodiagnostisch onderzoek in kader Participatiewet
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en werd door het college verplicht deel te nemen aan het traject 'Jij aan zet'. Na het niet meewerken aan dit traject werd haar bijstand beëindigd, waarna bezwaar en beroep volgden. Tijdens het hoger beroep werd afgesproken dat medische behandeling zou worden voortgezet en dat een medisch adviseur in juni 2016 een onderzoek zou uitvoeren om het vervolgtraject te bepalen.
Het college legde appellante vervolgens de verplichting op om mee te werken aan een psychologisch onderzoek op 10 augustus 2016, gericht op het vaststellen van haar re-integratiemogelijkheden. Appellante weigerde hieraan mee te werken en stelde dat zij het onderzoek medisch niet aankon en dat het te plotseling kwam. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het psychodiagnostisch onderzoek een voorziening is waarop appellante verplicht was in te gaan volgens artikel 9 lid Pro 1b van de Participatiewet. De Raad oordeelde dat het college zorgvuldig te werk was gegaan, dat appellante geen objectieve onderbouwing gaf voor haar weigering en dat de onderzoekend psycholoog contact had gehad met de behandelend psycholoog. De Raad concludeerde dat appellante terecht verplicht was mee te werken en dat de verplichting niet onverwacht kwam. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verplichting tot medewerking aan het psychodiagnostisch onderzoek bevestigd.