Uitspraak
15.2522 WWB
12 maart 2015, 14/6742 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg bijstand aan als alleenstaande, maar het college wees de aanvraag af omdat zij een gezamenlijke huishouding voert met een ander persoon en daardoor niet zelfstandig is voor bijstand. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad stelde vast dat appellante en de ander hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en dat er sprake was van wederzijdse zorg, vooral door financiële verstrengeling. Dit bleek uit het gebruik van een gezamenlijke bankrekening waarop onder meer uitkeringen en toeslagen werden gestort en waaruit aanzienlijke bedragen werden opgenomen door de ander.
Appellante voerde aan dat de gezamenlijke rekening noodgedwongen was, maar dit weerlegde de Raad. Er was meer dan alleen het delen van woonlasten. Het hoger beroep werd daarom verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen vanwege gezamenlijke huishouding met financiële verstrengeling; hoger beroep wordt verworpen.